Johanna Westerdijk 100 jaar hoogleraar

Op 10 februari 2017 is het 100 jaar geleden dat de eerste vrouwelijke hoogleraar in Nederland werd benoemd aan de Universiteit Utrecht: Johanna Westerdijk. Ze was hoogleraar in de fytopathologie (plantenziektekunde) en ook directeur van het Centraalbureau voor Schimmelcultures.

Johanna Westerdijk (1883-1961) hield op 10 januari 1917 om 14:00 uur haar oratie ter gelegenheid van haar benoeming tot buitengewoon hoogleraar in de plantenziektekunde aan de Universiteit Utrecht. Die benoeming was een mijlpaal, aangezien zij daarmee de eerste vrouwelijke hoogleraar in Nederland werd. Het ging niet onopgemerkt voorbij. In landelijke dagbladen werd er aandacht aan besteed en op de voorpagina van destijds populaire familietijdschriften als ‘De Prins’, ‘Wereldkroniek’ en ‘Panorama’ prijkte een paginagrote foto van haar in haar werkkamer. ’s Avonds bracht een stoet meisjesstudenten een serenade aan de kersverse ‘hooglerares’ (!), die veel belangstelling trok. Het was de eerste optocht van studentes in Utrecht. Later, in 1930, werd haar ook aan de Universiteit van Amsterdam een buitengewoon hoogleraarschap verleend.

Johanna Westerdijk werd in 1906, op 23-jarige leeftijd, directeur van het Phytopathologisch Laboratorium ‘Willie Commelin Scholten’ in Amsterdam als opvolger van Jan Ritzema Bos, ze behield deze functie tot in 1952. Westerdijk kreeg in 1907 de leiding over de schimmelcollectie van het Centraal Bureau voor Schimmel-cultures (CBS), in 1903 opgericht door de botanicus professor Frits (F.A.F.C.) Went (1863-1935). Dit Centraal Bureau werd ondergebracht in het Laboratorium ‘Willie Commelin Scholten’, dat 2 februari 1921 naar Baarn verhuisde, waar Westerdijk het nog tweemaal uitbreidde aan de Javalaan 4/Oosterstraat 1. De schimmelcollectie groeide onder haar leiding van circa 80 tot 11.000 soorten, de grootste collectie ter wereld. Ze bleef tot in 1958 aan als directeur van het Centraal Bureau.

Naast haar directeurschap van het ‘Willie Commelin Scholten’ laboratorium (WCS) zou Westerdijk in 1917 de eerste Nederlandse vrouw zijn die professor werd; in de fytopathologie aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Het laboratorium in Amsterdam kreeg te kampen met ruimtegebrek. Het Cantonspark, met de grootste tropische kas van Nederland, was in 1920 in het bezit gekomen van de Utrechtse Universiteit. Westerdijk zag de mogelijkheden en vertrok naar Baarn. WCS en CBS verhuisden mee. Villa Java werd haar uitvalsbasis. Medewerkers en studenten werden ‘Javanen’ genoemd. Er werden veel feesten gehouden in Villa Java. ‘Werken en feesten vormt schoone geesten’ was Westerdijks lijfspreuk. Villa Java werd centrum van de universitaire plantenziektekunde. In de oorlogsjaren probeerden Westerdijk en haar medewerkers zoveel mogelijk door te werken en de schimmelcollectie in stand te houden. Johanna Westerdijk blijft strikt neutraal tijdens de oorlog. Welke vooropleiding, geslacht, geloof, huidskleur of politieke overtuiging een student heeft, deed er volgens haar niet toe. Dat principe paste ze ook toe tijdens de oorlogsjaren.

In 1952 neemt Johanna Westerdijk afscheid van de universiteit en het directoraat van het laboratorium. In 1959 neemt ze ook afscheid van het CBS. Ze overlijdt in 1961 in haar woning in Villa Java.

Bij haar overlijden was Johanna Westerdijk onder andere Officier in de Orde van Oranje Nassau, Ridder in de orde van de Nederlandse Leeuw, Ridder in de Orde van Santiago da Espada en Lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen.

Ter herdenking aan Johanna Westerdijk en ter viering van 100 jaar vrouwelijke hoogleraren zal de Universiteit Utrecht diverse activiteiten organiseren in samen-werking met het CBS-KNAW, de Universiteit van Amsterdam (UvA) het KNAW en Atria Kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis.

Angelique Bosch van Drakestein,
met dank aan Christine Schut (BC)